Verschrikkelijk

Een algemeen (voor)oordeel over oude mensen is dat ze zeuren. In het boek ‘de Hoge Raad van onderen’ komt het uitgebreid aan bod hoe bejaarden in elkaar steken. Ze zeuren over alles waarover ze kunnen zeuren, blijkt uit de bespreking van het arrest ‘de negende van OMA’.

Nou geldt dit vast niet voor alle oudere mensen, maar ik moet bekennen dat als er twee 65+’ers samen treinen, dat het gesprek nou niet echt gezellig is. Afgelopen maandag had ik het genoegen om een gesprek te mogen mee luisteren met twee ouwe taarten. En ook al kende ze elkaar niet, ze hadden genoeg om over te praten… of te zeuren.
Het gesprek begon met alle narigheid die het treinreizen met zich mee brengt. Omleidingen, vertragingen, lawaaierige reisgenoten (ik had mijn mp3 uit staan omdat ik aan het lezen was) en die trappen in de trein. Intercity’s zijn vaak dubbeldekkers en dan moet je met een trapje naar boven of beneden. En dat is verschrikkelijk. Op de plateaus is ook genoeg zit ruimte, maar nee, ze willen in een coupe. En dus is dat trapje verschrikkelijk.
Het gesprek ging over in liften versus roltrappen. De een vond roltrappen verschrikkelijk, de ander liften. Dan denk je, of hoop je, dat ze een ander onderwerp vinden, maar nee, ieder krijgt dan uitgebreid de kans om te verklaren wat er zo verschrikkelijk is aan liften of roltrappen. En dat is blijkbaar nogal wat. Want dat ze bewegen, is zo vervelend. Verschrikkelijk gewoon.
Na nog veel, veel meer onderwerpen afgekraakt te hebben, komen we aan op station Oss. En de dames vinden al snel iets nieuws verschrikkelijk. “Kijk al die fietsen toch”, zegt de een. “Verschrikkelijk”, zegt de ander. Ik trek mijn wenkbrauwen op. Fietsen zijn verschrikkelijk? Brommertjes, okee, daar kan ik me wat bij voorstellen. auto’s, jep, die ook. Fietsende scholieren die containers omtrappen of fietsende studenten die niet remmen. Ja, kan heel vervelend zijn, maar gewone fietsen? Die in een fietsenstalling staan? En waarom zijn ze zo verschrikkelijk? Het zijn er zo veel. Zo veel fietsen bij elkaar is verschrikkelijk. Nou valt het bij Oss reuze mee. Moet je eens in de binnenstad van Utrecht kijken, want daar zie je overal fietsen. En die staan dan niet netjes in de fietsenstalling.

“Oh kijk. Dit is een stiltecoupe”, zegt oudere dame 1. “Dat had ik helemaal niet gezien”, zegt oudere dame 2. De hele coupe hangt vol bordjes met het ‘sssht’-gebaar en de tekst ‘STILTE’. Hoe kan je het niet gezien hebben, vraag ik me af. “Gelukkig maar dat er iets aan gedaan wordt. Want al die jongere met die muziek in hun oren die zo hard staat …” (komt ie weer) “…verschrikkelijk!”
Weet je wat ik vind van twee negatieve, aan een stuk door kakelende ouwe taarten in een stiltecoupe terwijl ik me probeer te concentreren op mijn boek?… VERSCHRIKKELIJK!

Nog geen reacties

communicatiewetenschappen

Ik houd van studies met een duidelijk doel. Ik word jurist, mijn zus wordt dokter en twee van mijn huisgenoten worden leraar. Dat weet je al als je hen vraagt welke studie ze (gaan) doen. Maar er zijn ook studies waarbij ik geen idee heb wat je ermee moet. Vaak studies met lange namen waarin de woorden “management” of “business” of zoiets in voorkomen.

Een andere is communicatiewetenschappen. Zoveel mensen studeren het, maar ik ben nog nooit iemand tegen gekomen die tegen mij zei: “Deze functie heb ik te danken aan mijn studie communicatiewetenschappen.” Is communiceren echt iets wat je moet leren? Da’s een retorische vraag. Is communiceren iets wat je alleen kan leren op universitair niveau? Blijkbaar wel, kwam ik laatst achter. Communiceren is voor sommige mensen echt heel moeilijk.
Vroeger, zo’n twee weken geleden, woonde ik met mijn huisgenootjes in een studentenhuis. Elke keer als een nieuwe bewoner zich ging inschrijven bij de gemeente, kreeg hij of zij steevast te horen: “O ja, dat is dat studentenhuis aan de …-weg.” Alle baliemedewerkers bij burgerzaken zijn op de hoogte van het bestaan van ons studentenhuis. De wijkagent (werkt die niet ook voor de gemeente?) was niet op het hoogte van het bestaan van ons studenten huis. Kan gebeuren, maar is het niet de taak van de gemeente om zulke dingetjes door te communiceren? Nou ja, het vereist niet voor niets een universitaire studie.
We kregen bezoek van twee meneren van de woningbouwstichting met een brief. Of we alsjeblieft ons huis wilden verlaten, want het was een bedrijfspand. We kregen een dag om alle spulletjes te pakken en onze ouders te verheugen met het nieuws dat hun kleine spruit weer thuis kwam wonen en of ze de fitnessapparaten in onze oude kamertjes toch weer even wilde verruilen voor een bedje. De dag erna kwamen de twee meneren weer terug om wat aantekeningen te maken. En om ons te zeggen dat heel misschien een deel van het huis wel woonruimte was en dus bewoond mocht worden. Ze wisten het niet zeker, want ze hadden ook alleen maar de brief op gesteld.  Communicatieproblemen? Dus moesten we er zelf achteraan bellen, want communicatie is toch echt een universitaire studie waard, dus dat laat je dan ook over aan studenten.
Communiceren is niet eenvoudig, communiceren moet je leren. Voor studenten communicatiewetenschappen is er in ieder geval een goed toekomstperspectief en ik hoop dat ook over een aantal jaren, als ik weer eens iemand van de gemeente spreek, te horen: “Deze functie heb ik te danken aan mijn studie communicatiewetenschappen.”

Voor wie denkt dat ie iets gemist heeft en zich afvraagt hoe het bericht “er staat hier een studentenhuis” van de wijkagent bij de gemeente is gekomen? De wijkagent heeft het doorgecommuniceerd aan de brandweer, de brandweer heeft het doorgecommuniceerd aan de woningbouwstichting. Ja, dan kunnen ze het wel.

Nog geen reacties

De duivel in printergedaante

Sommige mensen kunnen goed met hun apparaten over weg. Andere wat minder. Mijn zus had met name in de beginjaren een haat-liefdeverhouding met haar computer. Gelukkig zijn computers bij mij geen probleem. En ik heb ook geen haat-liefdeverhoudingen. Mijn verhouding met mijn printer is gewoon pure haat.

Na een anderhalve maand hard werken had ik eindelijk de conceptversie van mijn scriptie af. Anderhalve maand in de bieb zitten en met name de laatste week recorduren draaien. Huisgenoten hoefde zich nog net niet opnieuw aan mij voor te stellen, maar het had niet veel gescheeld. En dan denk je, als je het laatste woordje hebt getypt, 2,5 uur bezig bent met alle voetnoten verwerken en de inhoudsopgave klaar hebt, dat het harde werk erop zit. Niet dus, dan begint de ellende pas. Dan moet er namelijk geprint worden.
Mijn printer heeft altijd zijn momentjes gehad, maar over het algemeen deed ie uiteindelijk wel wat ik wil. Maar ja, over het algemeen heb ik ook nooit haast met printen. Op weg naar huis nog even snel naar de kantoorvakhandel voor wat papier. Papier in de lade en ‘print’! Verrek, denk ik nog, hij doet het. En soepeltjes, dus ik snel even wat te drinken inschenken. Als ik me weer omdraai, zie ik dat de tekst op de velletjes lichtgrijs is. Inkt op. Niet dat mijn printer dat even doorgeeft, nee hoor, die print gewoon vrolijk door. Dus ik de boel annuleren, op de fiets weer naar de kantoorvakhandel (ben vrolijk begroet door het meisje dat me herkende) en weer terug naar huis. Klep open, oude cartridge eruit en nieuwe erin. Helaas zit het nieuwe inktdoosje er niet goed genoeg in, want de printer gooit hem eruit. En vervolgens gaat het houdertje van links naar rechts en weer naar links, maar staat niet even stil om de nieuwe cartridge er weer in te doen. Na wat gebruik van woorden die in de kerk verboden zijn, die eindelijk de nieuwe cartridge erin. Gaat dat ding eerst een proefpagina printen en die moet ik vervolgens nog scannen. Mooi niet, denk ik: PRINTEN! Mooi wel, denkt dat monster en hij gooit er nog een proefpagina uit. Vooruit dan maar, proefpagina onder de scanner en op het knopje drukken. Gebeurt er niks. ‘Nou hoeft het niet meer’, lijkt ie wel te denken. Maar printen, ho maar.
Ik schenk mezelf nog maar iets te drinken in en ga eens kijken waarom hij niet wil printen. O ja, meneer heeft alles geannuleerd. Annulering opheffen en dan nog eens op printen klikken. Het blijft stil. 2 seconden, 3 seconden, 4 seconden… en ja na 5 seconden doodse stilte gaat ie printen. Eindelijk rolt de eerste kopie eruit. Nou ja, tot pagina 19. Dan gaat hij ineens alleen maar lege pagina’s er door heen rollen. Denk aan een tekenfilm waarin een op hol geslagen printer als een gek papier spuwt en dan zal ik je zeggen: het kan ook in real life. ‘Papier is op’, geeft mijn duivel in printergedaante door. Inkt niet, maar papier weer wel. Ja, logisch dat het op is, je hebt alles er zelf uit gegooid! Nieuw papier in de lade, oppassen dat ik niet gebeten wordt en hopen dat de laatste pagina’s geprint kunnen worden. Dat lukt. Mooi, de eerste versie is klaar. Nu de tweede nog, hoewel ik er sterk aan begin te denken om mijn begeleider maar een digitale versie toe te sturen. Toch nog maar eens een poging doen. Lade vullen met papier, op print drukken en ja, de eerste drie pagina’s gaan goed. Daarna gaat mijn persoonlijke werktuig uit hel propjes spugen. Een geluk: mijn printer heeft geen speeksel klieren, dus de verkreukte vellen zijn in ieder geval niet klef. Boel annuleren, nieuw papier erin en met mijn samoerai zwevend boven het helse apparaat druk ik nogmaals op print. Nee, geen zin. Stekker eruit, stekkers erin, nogmaals de opdracht doorgeven en ja hoor, anderhalf uur later zijn dan ook de laatste velletjes geprint.

Maar dan is het nog niet eind goed, al goed. Een nietje en 55 pagina’s is een onmogelijke combinatie ontdek ik.  Dus, fiets weer van het slot en al snel sta ik voor de derde keer in de kantoorvakhandel, ditmaal met een blauw mapje. “Dit is de laatste keer, hoor”, zeg ik tegen het meisje achter de kassa als ze me voor de derde keer helpt. “Ach joh, ik begon het net gezellig te vinden”, antwoordt ze. Ja, zij wel.

1 reactie

Foto-sessie: Macro

Op elke camera zit wel het knopje ‘macro’. Met deze functie kan je objecten van heel dichtbij fotograferen, zonder dat je foto wazig wordt. En daar kan je heel leuk gebruik van maken. Je kan namelijk dingen op andere wijze laten zien dan je ze normaal zou laten zien, of objecten zo op de foto zetten dat het in eerste instantie niet helemaal duidelijk is wat het nou eigenlijk is.

Met dit in mijn achterhoofd besloot ik dat het ook leuker was om geen vooropgezet plan te maken, maar gewoon eens door het park te lopen om te zien wat ik allemaal tegenkwam. En dat waren bijvoorbeeld veel, heel veel bloemetjes. Bloemetjes doen het natuurlijk altijd leuk op de foto, maar erg bijzonder of origineel zijn ze niet.

Maar met goed kijken bereik je veel, want op een gegeven moment liep ik langs een struik vol met webben. Ik geloof niet dat ze van een spin afkomstig waren, aangezien er heel veel webben in de boom zaten en heel veel rupsen in de webben. Een beetje een ongemakkelijke positie en wat zonlicht doet de rest:

Nog geen reacties

steppen voor stemmen

De verkiezingen komen steeds dichterbij, dus op het internet staan weer genoeg programma’s om je stem te bepalen. Aan de hand van dezelfde nietszeggende stellingen geven kieskompas en stemwijzer je heel verschillende adviezen. En als de adviezen hetzelfde zijn, dan zijn ze niet wat je ingedachte had.
Wie zijn stem niet wil verspillen en aan de juiste partij wil geven, heeft misschien iets meer aan de tv-debatten. Daar komen al heel wat meer argumenten en duidelijke standpunten voorbij en wordt ondertussen ook nog geflirt met de presentatrice.  Maar helaas heb je niet aan tv-debatten als de tv-kabel eruit ligt. Eenmaal thuis bij de ouders krijg je enkel de samenvatting te zien (en die gaat voornamelijk over het flirten met de presentatrice) en maken we ons enkel nog druk om de stemmen die Sieneke moet krijgen. Ik moet trouwens toegeven dat ik sinds het liedje van Turkije toch een stuk minder voor hun lidmaatschap bij de EU ben; de cultuurverschillen zijn inderdaad behoorlijk groot.
Wie nog steeds twijfelt, moet de politici eens zien steppen. Op www.stepwijzer.nl zijn alle lijsttrekkers op wieltjes gezet en kan je, net zoals bij elke kieshulp, je mening geven over verschillende thema’s. Wie het hardste stept en als eerste over de finish komt, verdient jouw stem.

Nog geen reacties

Foto-sessie: Schoonheid

Nieuwe wedstrijdronde, nieuwe uitdaging.En bij die uitdaging stond het volgende thema centraal: schoonheid. Weer zo’n thema waarbij je alle kanten op kan, echt alle kanten. Ik wilde graag een klassieke invulling aan het thema geven, maar dan met een twist. Want bij ware schoonheid wordt al snel gedacht aan bloedmooie vrouwen, miss universe etc. Maar ware schoonheid zit van binnen. Al gauw kwam ik op het idee dat ik wilde gaan uitvoeren: de schoonheid uit het eerste idee (de mooie vrouw) laat haar ware schoonheid zien.

Schoonheid

Klinkt best eenvoudig, toch? Ik kan je vertellen, het idee was ook heel eenvoudig. Maar dan de uitvoering. Aangezien ik nog steeds een hobby-fotograaf ben met een groot gebrek aan middelen, was ik zeer afhankelijk van mijn eigen kamertje en al zijn gebreken. Dat zijn gebreken als te weinig ruimte (ook al heb ik de grootste kamer van het huis), geen goede hulpstukken (gewoon een heel eenvoudige Xenosspiegeltje), geen goede achtergrond (de keuken…) of middelen om die achtergrond te camoufleren en al helemaal geen verplaatsbare lampen. Gelukkig worden deze gebreken (zoals bijna alle gebreken in het leven) opgelost door goede vriendinnen.  Een vriendin als flexibel model met veel uithoudingsvermogen voor de spiegel (naar links, nee toch naar rechts, hoofd schuin, naar boven kijken, nee alleen met je ogen, en dan je hoofd weer schuin ja, iets naar links) en de andere vriendin als vrouw van de belichting (van de bureaulampbelichting wel te verstaan) en goede adviezen. Hoe goed? Nou, probeer zelf maar eens met een stuk plakband en een luciferdoosje een hele keuken te laten verdwijnen van de foto.En het kan echt!

Met de goede samenwerking van ons drietjes kwamen we uit op het volgende resultaat.

Nog geen reacties

Elf Fantasy Fair 2010

“Rustig aan, doe het langzaam, het is maar een oefening… denk eraan, het is een oefening…. Het is een OEFENING!!!” De instructeur van Zwaard en Steen probeert te voorkomen dat ik met mijn houten zwaard iemand anders door midden klief. Maar wat is er nou leuk aan zwaardvechten als je het rustig moet doen? Nou ja, het leuke is dat je de dag erna geen gruwelijke spierpijn in je schouders hebt. Maar ik leef liever in het moment en haal nog eens flink uit naar mijn sparmaatje…

De Elf Fantasy Fair, de enige plek op aarde waar Lady Gaga gewoon kan rondlopen in haar outfits zonder vreemd aangekeken te worden. Misschien dat ze zelfs nauwelijks aangekeken wordt, want er lopen nog veel extremere, maar prachtige kostuums rond. Hierboven staat een kort moment uit twee hele lange en prachtige dagen. Deze dagen zijn samengevat door mijn camera, die goed werk heeft geleverd. Een foto zegt immers meer dan duizend woorden, zeggen ze wel eens. Wie het liever toch in woorden wil: tijdens de Elf Fantasy Fair 2010 in Haarzuilens heb/ben ik… mede geproefd, kleurrijke elfjes gezien, handen geschud met enorme klauwen, geknuffeld door hele lieve mensen, toegezongen door goblins en een trap en plein vol fotografen en andere creaturen, met een zwaard gevochten, lezingen bijgewoond, Queen Elizabeths jurk van heel dicht bij bewonderd, een klein meisje blij gemaakt met een roze ballon, haka workshop gedaan, vragen afgevuurd en vooral heel veel gelachen en gezellig gebabbeld.

Maar wie het toch liever in beeld heeft, kijk gerust in het album.

Wie zichzelf herkent en de originele of meer foto’s wil, stuur me gerust een mailtje.

EDIT:
Zondag, tijdens zijn Q&A werd Shane Rangi gevraagd een dansje te doen, toen hij zei dat hij kon dansen. Zonder muziek of iets…

Nog geen reacties

Ledenwerving

Een van mijn goede eigenschappen is dat ik me niet snel laat ompraten door ledenwervers. Een beetje bijdehand zijn, levert op dit punt vele voorbeelden op, want hoe mooi het verhaal van de AD, unicef, kankerbestrijding of WNF ook is, mij krijgen ze niet te pakken. Sowieso wil ik als beetje rechtenstudent natuurlijk eerst uitgebreid een contract doorlezen, doorspitten op ongeldige algemene voorwaarden en bekritiseren voordat ik me ergens tot verplicht. Bovendien is het ook een sport om altijd een net iets vlottere babbel te hebben dat de ronselaar.

In Rotterdam spreekt een jongen me aan. “Hoi, mag ik me even voorstellen? Ik ben ??? en dit is Simba”. De jongen wiens naam ik alweer vergeten ben, laat me een afbeelding zien van leeuw die achter een antilope aanzit. “Simba wordt bedreigd door stropers, maar jij kan hem helpen. Als jij maandelijks vier euro doneert aan het WNF, dan kan jij Simba redden!” Ik kijk nog eens naar de leeuw die achter de antilope aanzit. Geen stroper te zien. Alleen een leeuw en een antilope. Dus ik zeg: “Maar als ik Simba red, dat eet Simba Bambi op.” De jongen kijkt van mij naar de afbeelding en weer terug naar mij. Ook hij ziet dat die kans er dik in zit. “Dat vind ik wel heel zielig voor Bambi”, dik ik het verhaal nog even aan. Gelukkig is deze jongen snel van begrip; ik ben een verloren zaak, hij zal nooit mijn donorzieltje winnen.
Voor alle gevallen die niet zo voor de hand liggend zijn, heb ik natuurlijk een hele rits excuses klaar staan. “Ik moet naar college”, werkte altijd heel goed als ze me in het centrum aanspraken. Dat ik altijd te vroeg ben en dat de colleges echt niet om half 3 beginnen, weten de meeste ledenwervers niet. Een andere favoriet is “Ik doneer al iedere maand”. Deze klinkt misschien heel hard, maar aangezien de ronselaar je nauwelijks meer aankijkt als hij zegt :”heel goed van je!” omdat hij alweer op zoek is naar zijn volgende slachtoffer is mijn schuldgevoel niet zo groot.
Tot nu toe is er slechts een organisatie waarvan ik nog niet heb kunnen winnen. Een organisatie die zo hard is in hun ledenwerving, dat ik denk dat niemand daar onderuit kan komen. De Universiteit Utrecht.
Vandaag ontving ik een brief van de UU. “Hierbij benoem ik u tot lid….”. Huh? Lid? Lid waarvan? Heb ik me opgegeven ergens voor? Huisgenoten kijken me al aan. “Zo, jij bent dronken geweest als je je dat niet meer kan herinneren”, zegt er een. Maar ik drink niet. Ik lees de brief nog eens door. Ik zoek het internet af naar aanwijzingen. Ik stuur mailtjes waarin ik vraag om antwoorden. Ik zoek zelfs mijn mailbox door naar eventuele verzonden aanmeldingen. Maar het levert niets op. Ik ga steeds meer aan mezelf twijfelen. Kan het zijn dat ik heb geslaapwandeld? Ben ik echt dronken geweest? Tegelijkertijd begin ik ook een beetje trots op mezelf te worden. Ik moet nogal van de wereld zijn geweest als ik me dit niet meer herinner. Maar in die staat kan ik wel hele goeie sollicitatiebrieven schrijven, zo goed dat ik zelfs word aangenomen! Maar waarom zijn dan alle sporen gewist?

Eindelijk komt het verlossende antwoord: men is gewoon vergeten om me te vragen of ik wel lid wil worden. Gelukkig het ligt dus niet aan mij. Toch een sterk staaltje ledenwerving: Je bent lid. Punt. Ik denk alleen niet dat het WNF hiermee weg zou komen…

Nog geen reacties

De Spin

Een van mijn mannelijke huisgenoten heeft een theorie, die het volgende inhoudt:
Alle vrouwen hebben een geheime samenzwering tegen mannen. Zo nu en dan doen wij, om mannen een beetje extra mannelijk te laten voelen, ‘de spin’. Wanneer we een spin spotten in de hoek van de kamer, dan halen we er zo snel mogelijk een man bij, om het beestje dat ons zo doet gruwelen, te verwijderen uit ons zicht. Vrouw blij, man trots.

Mijn oud-huisgenootje L. was heel goed in ‘de spin’. Regelmatig, als het op de bovenverdieping al donker was op de gang en ik al in bed lag, hoorde ik haar door de gang schuifelen. ‘Is er nog iemand wakker? M.? Slaap je al?’, fluisterde ze. Ze had weer een spin op haar kamer gespot, die ze graag per direct weg wilde hebben. Dus stoer als mijn mannelijke huisgenoot was, stond hij op, deed het klusje en de dag erna kon hij trots het avontuur vertellen met als ondertoon dat vrouwen toch niet zonder mannen kunnen.
Mijn zus heeft ook een zekere afschuw van spinnen. Maar zij haalt er niet een man bij, maar ze is ook blij als haar zusje, moeder of schoonmoeder het diertje wil verwijderen. Of ze heeft de samenzwering niet helemaal begrepen, of de theorie van mijn huisgenoot klopt niet. Dat betekent echter niet we zonder mannen kunnen. Ik kan nog genoeg andere klusjes bedenken waar ik zelf niet aan ga beginnen. Vooral de klusjes die met mijn fiets te maken hebben. Ik heb een hele lieve vader, die altijd mijn fiets heeft weten op te lappen. Het gevolg daarvan is dat ik nog geen band kan plakken, laat staan een wiebelende band weet te verhelpen. Wel kan ik heel goed als assistente dienen, dingetjes vasthouden en kijken wat er gebeurt. Maar zelf een band plakken, dat vereist toch een sterke man.

Dus ik heb een theorie, die het volgende inhoudt:
Alle vrouwen hebben een geheime samenzwering tegen mannen. Zo nu en dan doen wij, om mannen een beetje extra mannelijk te laten voelen, ‘de fiets’. Wanneer we een slappe band of ander mankement aan de fiets hebben, dan halen we er zo snel mogelijk een man bij, om het probleempje dat ons zo irriteert, te verhelpen. Vrouw blij, man trots.

4 reacties

Bureaucratie

Soms heb je van die dingen waarvan je denkt: “waarom”? Bureaucratie is er een van. Zeker als je ziet dat het veel makkelijker kan.

Sinds dit jaar ben ik mijn nagekeken papers aan het sparen. Tijdens mijn bachelor heb ik daar nooit bij stil gestaan. Nooit een paper opgehaald. Een voldoende is een voldoende en daarmee was het vak afgesloten. Totdat ik mijn portfolio moest maken. Ineens had ik bewijsstukken nodig van de gevolgde vakken, wat inhield dat ik mijn papers met aantekeningen van de docent moest laten zien. Fijn dat je dat soort dingen ook pas aan het einde van je studie te horen krijgt…
Maar dit jaar een goede start gemaakt met het ophalen van een kopietje van mijn paper. Ik ben heel wat keren op het secretariaat van rechtstheorie geweest, snuffelen in de kartonnen bak naar een stuk papier met mijn naam erop. Vervolgens keek ik een van de medewerkers lief aan en even later wandelde ik naar buiten met een kopietje. Appeltje eitje.
Bij privaatrecht gaan ze iets anders te werk. Toen ik zei dat ik graag een kopie wilde van mijn paper, kreeg in een  aanvraagformulier onder mijn neus geduwd. Naam, studentnummer en vak invullen. Vervolgens moest ik ook nog 50 eurocent betalen, zodat ik mijn paper pas drie werkdagen later kon ophalen. Het voelde alsof ik mijn paarse krokodil kwam ophalen. “Hij staat daar in de hoek”.
Het verhaal wordt nog leuker. Het is altijd fijn om papers door te lezen om te zien of je de stof wel goed hebt begrepen. Zo niet, dan weet je waar je nog aan moet werken voor het tentamen. Maar dan moet wel de planning een beetje kloppen. Ik kon mijn paper woensdag of donderdag inzien. Dat betekent als iemand, net zoals ik, om een kopietje heeft gevraagd, hij drie werkdagen moet wachten. De nabespreking van de paper was op maandag. Wie goed kan rekenen, begrijpt dat als je op donderdag het aanvraagformulier hebt ingevuld, je weinig paper hebt om te bespreken op maandag. Vervolgens is dinsdag het tentamen, van half 9 tot half 11. Aangezien je je paper pas kan ophalen als de kantooruren van start zijn gegaan, wat om 9 uur is, betekent dat dat je je paper pas na je tentamen kan bekijken…

Ligt het nu aan mij, of wordt hier inderdaad een beetje ondoordacht te werk gegaan? Ach, wat kan ik zeggen? Het bewijst maar weer dat alle slimme mensen bij rechtstheorie zitten!

Nog geen reacties